Verlaagd tarief vennootschapsbelasting: voorwaarden en uitzonderingen

Verlaagd tarief vennootschapsbelasting: wie komt in aanmerking?
Als je een vennootschap opricht, wil je uiteraard zo fiscaal efficiënt mogelijk ondernemen. Een van de interessante voordelen voor kleine vennootschappen is het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting. Maar wat houdt dat precies in, en vooral: voldoe jij aan de voorwaarden? In dit artikel leggen we het helder en praktisch uit.
Wat is het verlaagd tarief?
Kleine vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd tarief van 20% vennootschapsbelasting op de eerste schijf van €100.000 winst. Voor het deel boven die schijf geldt het gewone tarief van 25%.
Let op: het gaat om de aanslagjaren vanaf 2025, en het voordeel is enkel van toepassing als je vennootschap niet uitgesloten wordt op basis van specifieke criteria.
Voorwaarde 1: je vennootschap is 'klein'
Alleen kleine vennootschappen in de zin van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) komen in aanmerking. Dat betekent dat je onderneming op het einde van het boekjaar maximaal aan één van de volgende drie criteria overschrijdt:
- Jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50 (VTE)
- Jaaromzet (excl btw): 11.250.000 EUR
- Balanstotaal: 6.000.000 EUR
Voorwaarde 2: minimumbezoldiging bedrijfsleider
Je moet aan minstens één bedrijfsleider een jaarlijkse bruto bezoldiging van €45.000 toekennen, ten laste van het resultaat van het belastbare tijdperk. Is je belastbare winst lager dan €45.000? Dan volstaat het dat de bezoldiging minstens gelijk is aan het belastbaar inkomen.
👉 Optimalisatietip: deze verplichting geldt pas vanaf het vijfde boekjaar na oprichting. De eerste vier boekjaren zijn vrijgesteld van deze regel.
Voorwaarde 3: geen uitsluitingsgevallen
Sommige vennootschappen worden uitgesloten van het verlaagd tarief, zelfs als ze formeel ‘klein’ zijn.
Enkele belangrijke uitsluitingscriteria:
Uitsluiting 1: Financiële vennootschappen
Vennootschappen die voor meer dan 50% van hun activa aandelen bezitten, kunnen uitgesloten worden. Deze regel wil misbruik door holdings vermijden.
Uitsluiting 2: Dochtervennootschappen
Als minstens 50% van de aandelen van je vennootschap in handen zijn van één of meer andere vennootschappen, dan geldt het verlaagd tarief niet.
Uitsluiting 3: Gereglementeerde instellingen
Beleggingsvennootschappen en instellingen voor pensioenfinanciering zijn uitgesloten.
Let op bij op de opmaak van de aangifte vennootschapsbelasting
In de aangifte vennootschapsbelasting wordt expliciet gevraagd of je vennootschap volgens jou uitgesloten is van het verlaagd tarief. Een foute verklaring kan aanzien worden als een bekentenis, zelfs als dit per ongeluk gebeurt.
Conclusie
Wil je als startende ondernemer fiscaal voordeel halen uit het verlaagd tarief van 20%? Zorg dan dat je voldoet aan alle voorwaarden én niet in een uitsluitingscategorie valt. De eerste vier boekjaren na oprichting zijn soepeler, maar daarna moet je onder andere zorgen voor een correcte bezoldiging van de bedrijfsleider.
➡️ Een goede voorbereiding en begeleiding zijn cruciaal. Wij helpen je bij de oprichting om de juiste belastingstarieven te bepalen. We optimaliseren daarbij ook de fiscale behandeling van je dossier.
Wil je weten of jouw toekomstige vennootschap in aanmerking komt voor het verlaagd tarief? Neem vrijblijvend contact met ons op of lees verder over welke vennootschapsvorm je het best kiest.